21-11-2012  |  'Positie op gebied van agrologistiek behouden'


'Wil Nederland zijn leidende positie op het gebied van agrologistiek behouden, dan zijn internationale agrofood clusters noodzakelijk en kansrijk.', aldus Frans Peter Scheer, onderzoeker Duurzame Versketens bij Wageningen UR. 

Binnen Europa wordt 66% van de agrofood stromen in het eigen land geproduceerd en afgezet (L2L = local to local). De overige 34% bestaat uit internationale handel waarvan Nederland 9% voor haar rekening neemt. Hoewel Nederland dus een sterke handelspositie heeft (9/34 = 26%) is er nog veel marktaandeel te winnen. Zowel ten aanzien van de Europese handelsstromen die buiten Nederland om lopen als ten aanzien van de L2L. 

Internationale agrofood clusters waarin Nederlandse bedrijven participeren zijn niet alleen kansrijk om het Nederlands marktaandeel te verstevigen, maar ook noodzakelijk om de internationale klant in de groeimarkt Oost-Europa adequaat van agro producten te kunnen voorzien.

De kracht van het Nederlandse agrocluster
De kracht van het Nederlandse agrocluster op de West Europese markt responsiviteit in de vorm van snelle leveringen, en een jaarrond en breed assortiment. Voor de Oost-Europese markt kan dat fysiek niet alleen meer vanuit Nederland zelf. Daarvoor zijn buitenlandse clusters nodig die lokale productie, overzeese import en Nederlandse export combineren. En juist agro bv Nederland bezit de expertise om de logistiek hiervan te organiseren. 
Food&Biobased Research, onderdeel van Wageningen UR, onderzocht de potentie van internationale clusters en de modal shift (gebruik van verschillende vervoerwijzen zoals weg, spoor en binnenvaart) en adviseert het topteam logistiek hoe Nederland(se regio’s) zich hierin kunnen versterken. 
Voor de Betuwe is het belangrijk om de regionale clusters te verbinden met de containerhaven Medel. Vanuit Medel is de vraag van belang of de export naar de internationale clusters vooral via havenbedrijf Rotterdam (short sea vervoer, dus over zee) verloopt of via rail en binnenvaart richting het Europese achterland gaat. Met name rail biedt voor de Betuwe betere kansen dan via short sea omdat er dan meer volume met toegevoegde waarde activiteiten (met marge en werkgelegenheid) in deze regio kan plaatsvinden. Het is dan wel van belang dat de Europese railinfrastructuur beter geharmoniseerd wordt om een toekomstige afzetgroei te faciliteren, immers voor waterwegen gelden deze belemmeringen niet.

Meer info: Ir. Frans-Peter Scheer, t (0317) 481304, Wageningen UR Food & Biobased Research/Fresh Food and Chains


 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA