« afbeelding 1 van 1 »
 
maandag 16 december 2019

We moeten wel duurzaam kunnen blijven telen

Frambozen- en bessenteler en veredelaar Geert de Weert van kwekerij de Westerbouwing uit Rossum teelt al decennialang zachtfruit onder overkappingen. ‘Door de overkappingen hoeven we nauwelijks nog gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Maar nieuwe gemeentelijke regelgeving voor deze teeltondersteunende voorzieningen maakt deze duurzame teelt voor toekomstige percelen onmogelijk.’

De Weert, die naast zijn vijf hectare regenkap en anderhalve hectare kassenteelt, ook dertig hectare overkapte frambozenteelt heeft in Tanzania, ontwikkelt ook nieuwe rassen, zoals de Kwanzi, Kweli, Wengi en Shari en voor Tanzania de Rafigi en de Sarafina. ‘Mijn vader was in de jaren tachtig de eerste in de Bommelerwaard die gebruik maakte van pottenteelt voor aardbeien, de lage rupsentunnels en kassenteelt om het seizoen te verlengen. Om de bessen droog te houden zijn we al in 1982 begonnen met het plaatsen van overkappingen. We hadden een late variëteit en die moet droog hangen, omdat de vruchten anders openbarsten.’

De Weert: ‘De overkapping is, zeker door de klimaatwijziging, eigenlijk de redding geweest voor fruittelers. Ze beschermen tegen neerslag, waardoor je meteen ook minder schimmelvorming hebt. We kunnen daardoor af met veel minder gewasbeschermingsmiddelen. De beperkte schimmelvorming die er is, kun je met biologische middelen aanpakken. Daarnaast heb je door de kappen een veel grotere productie, én van een betere kwaliteit. Door het beschermd opkweken is het ook veel gemakkelijker om predatoren in te zetten. Alleen als het echt nodig is gebruiken we nu nog gewasbeschermingsmiddelen, zoals heel incidenteel tegen de suzuki-fruitvlieg, die je ook zelf al sterk kunt verminderen met hygiënische omstandigheden. Dat incidentele gebruik vergelijk ik met het blussen van een brandje. Tegenwoordig zijn er nog nauwelijks bessen en frambozen die zonder kap worden geteeld en het gebruik ervan past ook bij de moderne, duurzame teelt. Ook voor onszelf heeft het voordelen. Zo kunnen we bijvoorbeeld wat langer wachten met plukken tot de bessen optimaal rijp zijn.’

‘Bij ons zijn die overkappingen, volgens oudere regelgeving, ruim twee meter hoog, waardoor we er goed kunnen werken met machines en het ook werkbaar is voor de plukkers. Maar in het nieuwe bestemmingsplan van Maasdriel staat dat de overkappingen op nieuwe percelen niet hoger mogen zijn dan anderhalve meter. Voor ons onwerkbaar. Voor kersen zou het trouwens wel vier meter moeten kunnen zijn. Wil je hoger bouwen dan anderhalve meter, dan heb je een omgevingsvergunning nodig. Voor bestaande aanplant met overkappingen  bestaat ook geen goede overgangsregeling. Peter van Osch, directeur van de Veiling Zaltbommel en Matthieu Opdam van het tuinbouw-adviesbureau Goesten & Opdam hebben samen met een aantal zachtfruittelers bezwaar aangetekend*. Dat er, zoals bijvoorbeeld in Brabantse gemeenten, nieuwe regelgeving is omtrent de periode waarop het plastic op de overkappingen komt, kan ik me wel voorstellen. Het plastic kan er dan niet afwaaien en de fruitteelt is daardoor een groot gedeelte van het jaar zichtbaarder. Maar een invoering van anderhalve meter hoogte is volstrekt onlogisch wat betreft normale teelt- en mechanisatie-omstandigheden. Wij moeten als telers wel in de gelegenheid worden gesteld om duurzaam te kunnen blijven produceren.’



ZLTO en LTO Noord hebben gezamenlijk inmiddels beroep ingesteld bij de Raad van State.



 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA